Verhalen  en Gedichten

Poëzie gaat over verwondering over de dingen en vragen stellen aan de dingen. De dichter heeft iets gezien, gehoord, gevoeld, ervaren en zoekt daar woorden en beelden voor. Taal is zijn vervoermiddel naar een creatief resultaat.


Bovenstaande gedichtenbundel  heb ik  mede dankzij  de Stichting Herinneringsfonds  D.F.E. Meerburg  in een oplage van 100 stuks kunnen uitgeven. 

Ze hebben allemaal hun weg gevonden. het was een mooi avontuur.



"Wie weet wie Wanda is"


Wanda

Fred Tuijnman: Wanda, Julianalaan, Katwijk aan den Rijn


wie weet

wie Wanda was

ze is zo klein

zo kwetsbaar

in dat grote groene gras

ze houdt zich schuil

achter hand en duim


wie ben je?

waar ga je heen?


wie ik ben gaat jullie niet aan

ik ben er

ik reis alleen

als je toch even blijft stil staan

kijk naar mijn beeldje.


mijn stem?

mijn verhaal?

mijn droefheid?


ik verdwijn achter mijn duim

hoor niet bij jullie

allen ik weet wie Wanda was

en is...



Paarden,Vensters in een landschap

S. Hoogma & H.Helenklaken: Paarden, Vensters in landschap, N206, Ing G.Tjalmaweg, Valkenburg


netwerk van wegen

tussen Rome en Rijn

landschap verdwenen

ondergrondse Romein

droompaarden op een postzegel groen

grazen hun laatste contouren

tussen dauwdruppels en gras

langs het laatste pad

zullen ze verdwijnen

wetend heg noch steg

vensters zonder uitzicht

een oud dorp

wordt vermorzeld

tussen water en weg.



Kunstenaarskolonie

Peter Erftemeijer:: Kunstenaarskolonie, Boulevard, Katwijk aan Zee


de zon, de zee, het gestippelde licht,

de horizon, ver en zonder gewicht,

vult de ruimte, verstrooid zand, strand en wolken,

zij gaven de kust een ander gezicht.


vrouw en visser, op een duintop het kind,

steeds weer de leegte, het gaan van de wind,

waar aftandse paarden bomschuiten zeulen,

de zee met zijn laatste beeld altijd wint.




Zonnevrouw ( Redder met drenkeling)

K.J.Dalnoky-Varese: De zonnevouw ( in de volksmond: redder met drenkeling), Winkelcentrum Hoftuin, Rijnsburg


wie is die redder

op het winkelpleintje

tussen de grootgrutter 

de bakker en de bottelier

waar is het brandende huis

het ijskoude wak

de schuimende zee

werd hij beloond

met een gouden plak

een leven gered

is de wereld gered

een leven verloren is 

een wereld verloren

waar is de zonnevrouw

om het kind

- rood shirtje broekje blauw

aangespoeld en doodgezwegen -

te verwarmen aan haar borst

wat doet dit beeld

op een winkelpleintje

wat doet het met ons

wat doet het hier

tussen de grootgrutter

de bakker en de bottelier.



De schutter

Gerard Brouwer, De Schutter, Looierslaan, Katwijk aan den Rijn


elf honderd vijfenvijftig ruiterbeelden

telt onze planeet

soms in een parkje verborgen

vaak op het grootste plein van morgen

zitten machthebbers op paarden

op één lijn

ze willen allemaal groots en meeslepend zijn.

 

hier in Katwijk Binnen

zijn ze nog bij zinnen

hier zet men gewoon

een man op een paard

zonder franje

schaars in de kleren

geen helm met veren

en geen opgestoken zwaard

geen patser

die de mensheid wel zal leren

hoe je anderen

een koppie kleiner maakt

waarom deze held de schutter heet

 kan me eigenlijk niet deren  

zo te zien

doet hij dat zonder geweren. 



Bloem 3

Joop van Egmond/ Mond: bloem 3, Noordwijkerweg, Rijnsburg


staat iemand stil

bij het mooiste meisje van de streek

Tulipa gesneriana

bewonderd in Duizend-en-één-nacht

bezongen in Perzische kwatrijnen

staat iemand stil

zoals Mond ongebroken

haar ranke lijnen toetste

aan de ruimte en het oog

 bloemcontour in zilvergrijze stroken  

staat iemand stil

bij deze Hollandse tulp

op een razende rotonde? 



Elegie voor een kleinzoon

schrijfsels bij een verlies

 

Eerste ontmoeting

 

klein mannetje met

mutsje en draadjes

je kleine grote teentje  

en die andere vier

je beentjes schoppend

tussen al die grote

helphanden

je bent zo klein

zo weerloos

nu al lig jij

je kleine wereld

je korte bestaantje

te bevechten

je hebt nog geen stem

maar uit de diepte

word je gehoord

je hebt een naam

je hoort al bij mij

ik zal

je niet meer laten gaan. 



Laatste ontmoeting


klein mannetje met mutsje

geknepen oogjes

van de wereld geen weet

nooit geweten

vandaag kan ik je dragen

vederlicht

je gewicht zal morgen

onverdraaglijk zijn

als vuur en as

jouw zwaarte gaan bepalen

de jaren

zullen littekens zijn. 



Elegie voor een kleinzoon

 

Te klein lag de dood doodstil in mijn armen

ik koesterde hem, ik wilde verwarmen

met een kus, hoe mijn kleine lief te wekken,

mijn kleine dood bleef doodstil in mijn armen.

 

Het waren twee dagen, het was maar even,

diep in mijn ziel ben je achtergebleven,

zo mooi, in een onbereikbaar bestaan,

men zegt dat je daarmee moet leren leven.

 

IJs zal ik moeten breken, laag voor laag,

waar het hart geen koestering meer verdraagt

kan zelfs een kus de dood niet meer vermurwen,

het waarom wordt een dodelijke vraag.

 

Stil stond ik stil met de dood in mijn armen,

met mijn onvermogen om hem te verwarmen,

mijn vragen naar de zin van zijn bestaan,

zijn moeder, mijn kind, moet ik nu verwarmen. 



Trein van 10.56 u

 

de trein van 10.56 u.

heeft problemen met een wissel

de trein van 10.56 u.

neemt geen stroom meer af

de trein van 10.56 u.

wordt gesleept naar perron nul

de trein van 10.56 u.

komt tot stilstand

de trein van 10.56 u.

staat op dood spoor

kind van 10.56 u.

… 


Fluisterwoorden

 

een web van woorden wil ik weven

een mandje in de takken wiegen

gedragen op lichte golfjes

zal ik je tussen de rietstengels vinden

jij, in een mandje vol verhalen, weegt zo licht

woordjes zal ik fluisterend langs je oortje blazen

je oogjes zullen schitteren

dan ga jij zeggen:

opa, ik heb je wel verstaan. 


 

Oude sering

uitbundig bloeiend

kroon van vijftig jaren

uitdagender dan ooit

je speelt een spel met mij

jij reflecteert niet

over waarom en gisteren en morgen

van het gat in je stam

heb jij geen weet

slijtage is weten van voorbij

jij bloeit en staat en daagt me uit

een lege hemel

zal jou een zorg zijn

je wortels in de aarde

hoofd met paarse kruin

jij vult de seizoenen en mijn tuin

 

zeg oude dromer

waarom jij wel

en mijn kleinzoon maar twee dagen

schrik je van mijn botte vraag

heb ik je bloei verstoord

gaat er een rilling door je oude stam

verbleekt heel even maar jouw oude paars

denk jij misschien jij mens jij dromer

jij projecteert wat ik niet ben

een vragensteller die nooit antwoord krijgt

    

jouw bloei moet ik wel geloven

ook zonder vingers in de gaten van je stam

maar ik heb taal daarmee

mijn eigen twijfel zaaiend

de dode vrouw uit het verleden

de toekomst met het dode kind

jij spiegelt waar vandaag voor staat

ik dacht dat je van mij zou schrikken

maar nee jij bloeit onaangedaan

taal is slechts aan mij

jouw beeld vat ik in mijn beelden

jij hoort mij zwijgend aan

de lege hemel zal jou een zorg zijn

eenzaamheid is niet jouw woord.



Selfiedroom

kijk naar mij

op die foto in jullie wereld

kijk naar mij

op die foto van morgen

kijk naar mij

zoals ik straks zal leven

kijk naar mij

waar ik graag wil zijn

op het steigertje

aan de Guido Gezellelaan

kijkend naar het schrijvertje

met het zwarte jasje aan

kijk naar mij

hoog boven de lage polder

op weg naar de wereld

Grossglockner gletsjer

Grand Canyon diepte

zee voor de Katwijkse kust

tempel van Uxmal

kijk naar mij

zo wil ik mij tonen

dit is mijn beeld

morgen zal ik bestaan

kijk naar mij

kijk naar mij

mijn leven na twee dagen

mijn dromen

in jullie ruimte

in jullie tijd. 

 



Kwatrijnen van Alledag

Verbeelding van de dagelijkse dingen.


Tijd:

 


ei 

ik wil het vertellen, ik wil het kwijt,

soms zeuren over een verloren strijd,

iets over lente, herfst, vogels of een traan

het wordt iets tussen wind- en kievitsei


even maar…

het antwoord op het belang van mijn bestaan

zal niet in de wolken geschreven staan,

een kleine vlindervleugelslag,

een zucht en het zal in niets zijn overgegaan.


op pad

in het voorbijgaan nam de tijd mijn hand,

ik volgde, geen keus, maar het schiep een band,

langs droom en stof, paden en stille uren,

ik ben benieuwd naar de andere kant.


ontmoeting

er lag een dode merel in de goot,

dood, zo heel doodgewoon, doodgewoon dood,

simpel fietsend leefde ik voorbij,

maar daar in de goot lag zomaar de dood.


rijwielstalling

vastgeklonken op hun stalen troon

wacht het leger van getrapten op hun loon

naar werken: rust in stilte en beton,

een metafoor van onze laatste toon?


verleden is een vreemd land

een vreemd land is het land van mijn verleden,

wat ik zie doe ik met ogen van heden,

verdwenen zijn het kind en zijn schaduw

onscherpe beelden die er ooit toe deden


Tuin:


hortensia’s

goudgeel doen de klimhortensia’s

met verve hun kleurrijk herfstrelaas,

spiegelend de voortgang van onze jaren,

het stille vallen van het blad, helaas


ochtendpreek

als Franciscus ooit vogels heeft bepreekt,

dan waren ze buitengewoon van streek,

want hier zijn ze niet stil te krijgen,

wellicht gebruikte hij een donderpreek.


roodborstje

altijd als laatste  bij ons op bezoek,

jij, bescheiden gast met rode look,

snaaiend zijn anderen je steeds weer voor,

pechvogel, held, ster van onze vogelhoek.


tuin geveegd

het blad heb ik vandaag bijeen geveegd,

voor het laatst klonk dat ritselen en ruisen

als een echo van seizoenengefluister,

opnieuw een herfst in de groenbak geleegd.


Voedingsbodem

 jij strooit compost onder de clematis:

ochtendzon in dagen van duisternis,

dagelijkse bron en voedingsbodem,

schoffelend mijn onkruid van ergernis.


Boek T:


 Zwartwerkers

in duistere krochten van mijn lijf

hebben zwartwerkers hun eigen bedrijf

met hun eigen wetten en roosters,

zonder vragen kozen zij hun verblijf.

 

Rolwisseling

stoelgaand was ik ooit ochtendproducent,

aan rust, reinheid en regelmaat gewend

word ik wachter bij een open riool,

noem het zakkendrager, stoma-agent.


Luchtigheden

mijn bruine vriend was nogal luidruchtig,

hij verstoorde, tamelijk zelfzuchtig,

het goede contact met mijn vriend Morpheus,

waar ik wakker werd, bleef hij heel luchtig: 

 

“ik houd van een doordringend luchtje

wat is je probleem, wat zucht je,

je loopt nog op de ondermaanse rond,

leven…dood…wat maal jij om een luchtje.”


2019

puttertjes aan de rand van een maaiveld,

een zondagochtend met tumorgeweld,

uitersten van tweeduizendnegentien,

het blinde toeval wordt nooit aangemeld.